De onderhandelingen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De onderhandelingen mogen niet langer dan anderhalf jaar duren, gedurende
326 8 Overige wetten voor ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
welke de eigenaar de zaak niet aan een ander mag verkopen. In de wet is bepaald tot welk winkel huren hilversum moment in de procedure de gemeente mag afzien van de aankoop. In dat geval krijgt de eigenaar nog drie jaar de tijd om de zaak aan een ander te verkopen. Ingeval de gemeente huurwoningen heeft gekocht, moet zij deze in bepaalde gevallen binnen één maand aan de zittende huurders te koop aanbieden.
De plicht van de verkoper om zijn eigendom aan de gemeente te koop aan te bieden, geldt winkel huren dordrecht in bepaalde gevallen niet. Indien de gemeente positief heeft gereageerd op een aanbod tot aankoop, kan de verkoper nog aan Gedeputeerde Staten verzoeken om te worden ontheven van de verplichting om aan de gemeente te verkopen. Indien verkoper en gemeente geen overeenstemming kunnen bereiken over de prijs, kan zowel de verkoper als de gemeente de rechtbank verzoeken om één of meer deskundigen te benoemen om de prijs te bepalen.
Uitzonderingen op een aanbiedingsverplichting De plicht van de verkoper om zijn winkel huren rotterdam eigendom aan de gemeente te koop aan te bieden, geldt volgens art. 10 WVGem niet in de volgende gevallen: Indien verkoop het gevolg is van scheiding en deling van een huwelijksgemeenschap of een nalatenschap. Indien de verkoop geschiedt krachtens een uiterste wilsbeschikking (testament). Bij verkoop aan (groot)ouders, (klein)kinderen pleegkinderen of broers of zusters van de verkoper of zijn of haar echtgenoot. Indien de verkoop het gevolg is van een overeenkomst ter uitvoering van een winkel huren amsterdam verplichting van de verkoper, indien die verplichting is ontstaan voor de tervisielegging van het ontwerpstructuur- of bestemmingsplan waarop het voorkeursrecht betrekking heeft. Indien de onroerende zaak openbaar wordt verkocht.

De Onteigeningswet (OW)

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De bij 3 bedoelde wet is de Onteigeningswet (OW) die in 1851 tot stand is gekomen (en nadien herhaaldelijk gewijzigd).
Volgens art. 1 OW kan onteigening ten algemene nutte plaatshebben in het publiek belang van de staat, van één of meer provincies, van één of meer gemeenten en van één of meer waterschappen. In het winkel huren hilversum publiek belang kan ook onteigening ten name van een persoon of rechtspersoon plaatsvinden, indien die persoon het werk waarvoor onteigend moet worden, mag uitvoeren.
• Voorbeeld Een woningbouwvereniging mag een woningbouwplan uitvoeren.
8.5 Onteigeningswet 311
8.5.2 Onteigeningsgronden De wet kent de volgende onteigeningen: in gewone gevallen (Titel I); ten behoeve van aanleg, herstel, versterking of onderhoud van waterkeringen en bouw van militaire verdedigingswerken (Titel Il); van wegen, bruggen, bermsloten en kanalen, en onteigening voor aanleg en verbetering van wegen, bruggen, winkel huren dordrecht spoorwegwerken, kanalen, havenwerken, werken ten behoeve van de bestrijding van verontreiniging van oppervlaktewateren, en terreinen en werken voor de luchtvaart, alsmede ten behoeve van verbetering of verruiming van rivieren (Titel Ila); ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening en van de verwijdering van afvalstoffen (Titel Ilb); in het belang van de winning van oppervlaktedelfstoffen (Titel Ilc); in geval van buitengewone omstandigheden (Titel III); in het belang van de winkel huren rotterdam ruimtelijke ontwikkeling en van de volkshuisvesting, van de openbare orde en van de handhaving van de Opiumwet (Titel IV); van octrooien van uitvinding (Titel V); van de rechten, voortvloeiende uit een aanvraag om octrooi (Titel Va); in het belang van de landinrichting (Titel VII); in het belang van de natuurbescherming (Titel VIII).
Onteigening kan alleen geschieden als het algemeen nut dat nodig maakt. Tot een recente wijziging van de Onteigeningswet was daartoe in zogenoemde gewone gevallen een speciale formele wet nodig, de zogenoemde Nutswet. Nu onteigening in de gewone gevallen in de praktijk niet meer blijkt voor te komen, zijn de eerste twee hoofdstukken van titel I uit de wet geschrapt. De Onteigeningswet maakt onteigening mogelijk via een Koninklijk Besluit. In zo’n geval winkel huren amsterdam spreekt men van onteigening in speciale gevallen. Deze speciale gevallen zijn in de Onteigeningswet opgesomd vanaf titel II. Onteigening in het belang van de ruimtelijke ontwikkeling en van de volkshuisvesting is de meest voorkomende onteigening in een speciaal geval (Titel IV).

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Zo’n instelling is in 1993 opgericht: de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen. De oprichters van het waarborgfonds waren het ministerie van VROM en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Achtergrond hiervan was de wens van het Rijk en de gemeenten om te komen tot verzelfstandiging van het instrument gemeentegarantie winkel huren hilversum met rijksdeelneming. Daardoor verviel de noodzaak om een AMvB over garantieverlening op grond van de Woningwet in stand te houden. De ingevoerde garantie (de Nationale Hypotheek Garantie) betekent dat het Waarborgfonds de bank de garantie geeft dat de rente en aflossing van de lening wordt betaald als de hypotheekgever niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen. Het Waarborgfonds neemt als het ware het risico van de bank over. In dat geval is een bank bereid leningen te winkel huren dordrecht verstrekken, omdat er een betrouwbare borg is: de stichting heeft achtervangovereenkomsten met Rijk en gemeenten gesloten. De regeling maakt geen onderscheid tussen nieuwe woningen en bestaande woningen. De garantie is echter niet bedoeld voor een tweede woning, een weekendhuisje of iets dergelijks. Bovendien heeft de garantie alleen betrekking op de eerste hypotheek. Omdat het fonds als borg kan worden aangesproken, is het logisch dat nadere financiële voorwaarden kunnen worden gesteld. Als het Waarborgfonds door de bank wordt winkel huren rotterdam aangesproken, heeft zij op haar beurt het recht de vordering te verhalen op degene die niet aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan. Het Waarborgfonds verkrijgt zijn middelen door een heffing te leggen op elke afgegeven garantie. Het Rijk en de gemeenten staan samen garant voor de verplichtingen van het Waarborgfonds.
Koopsubsidie Op grond van de Wet bevordering eigenwoningbezit kunnen mensen met lagere inkomens koopsubsidie (een eigenwoningbijdrage) verkrijgen. Koopsubsidie is een maandelijkse belastingvrije winkel huren amsterdam bijdrage in de hypotheeklasten. Naarmate men meer verdient, wordt de subsidie minder. De uitvoering van de regeling vindt plaats door het onderdeel ‘SenterNovem’ van het ministerie van Economische Zaken.

De regelingen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De regelingen waaraan een aanvraag bouwvergunning moet voldoen, zijn gemaakt met het oog op bepaalde belangen. Het Bouwbesluit bijvoorbeeld heeft veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu als belang, en winkel huren hilversum het bestemmingsplan een goede ruimtelijke ordening. Deze belangen houden eisen in voor bouwwerken. Een voorschrift of beperking aan een bouwvergunning moet dus passen in de eisen die de regeling aan het bouwwerk stelt.
• Voorbeeld Burgemeester en wethouders mogen aan een bouwvergunning een technisch voorschrift verbinden om aan een Bouwbesluiteis te voldoen winkel huren dordrecht of de voorwaarde stellen dat een bouwwerk alleen mag worden gerealiseerd als privaatrechtelijk de toestemming is verkregen om aansluitingen op nutsleidingen aan te brengen. Een ander voorbeeld betreft het stellen van de voorwaarde dat een bepaald aantal parkeerplaatsen wordt gerealiseerd om te voldoen aan het bestemmingsplan.
In de aangepaste Woningwet is de mogelijkheid geboden voorschriften en beperkingen aan een bouwvergunning te verbinden op grond van een bestemmingsplan. Daardoor is de mogelijkheid dergelijke voorschriften en beperkingen te stellen verruimd: eerst konden winkel huren rotterdam die voorschriften of beperkingen alleen verbonden worden aan een WRO-vrijstelling (thans een Wro-ontheffing).
• Voorbeeld In de gemeente Zijpe hadden burgemeester en wethouders een dwangsom opgelegd omdat een voorwaarde bij een vrijstelling niet was nagekomen. In haar uitspraak zei de Afdeling bestuursrechtspraak: ‘In het geding is het aan de artikel-19WRO-vrijstelling verbonden voorschrift dat de bewoning van de woning in een naburig pand binnen één maand na het gereedkomen van de nieuw te bouwen bedrijfswoning dient te worden gestaakt en gestaakt te blijven ( …) . Vaststaat dat het van belang zijnde bestemmingsplanvoorschrift waarvan vrijstelling is verleend onder meer dient om toename van het aantal niet agrarische woningen in het buitengebied tegen winkel huren amsterdam te gaan, hetgeen appellanten ook beogen te bewerkstelligen door het verbinden van het betrokken voorschrift. Gelet hierop is niet in te zien dat appellanten met voornoemd voorschrift treden buiten de beperkingen die de Wet op de Ruimtelijke Ordening aan het verbinden van een dergelijk voorschrift stelt. Behoudens bijzondere omstandigheden is het onjuist noch onredelijk te achten dat een bestuursorgaan in een geval waarin is gehandeld in strijd met een wettelijk voorschrift en deze handeling niet kan worden gerealiseerd in het belang van de handhaving van wettelijke voorschriften en het voorkomen van precedentwerking besluit tot het opleggen van een dwangsom.’ (ABRvS 29 februari 1996, AB 1996/209)

In rechte onaantastbaar

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Een foute toetsing aan het bestemmingsplan kan ertoe leiden dat een benadeelde (bijvoorbeeld een buurman) bij burgemeester en wethouders om winkel huren hilversum vergoeding van geleden schade verzoekt. De schade kan zijn ontstaan door waardevermindering van zijn woning na uitvoering van het bouwplan.
Net als bij de vergoeding van planschade op grond van afdeling 6.1 Wro moet voor de waardevermindering de nieuwe situatie vergeleken worden met de situatie die had kunnen ontstaan als het bestemmingsplan wel op de juiste wijze was toegepast. Indien bijvoorbeeld een achteruitbouw te groot is gemaakt (en vergund), moet een eventuele waardevermindering worden berekend ten opzichte van de winkel huren dordrecht situatie met een achteruitbouw met de juiste maten. Uit de uitspraak van 19 februari 1998 van de Afdeling (AB 1998/202) blijkt dat de schade moet worden berekend vanaf het eerste moment dat op de bouwaanvraag is beslist. Ook de kosten van het maken van een taxatierapport moet het bestuur vergoeden.
Het kan voorkomen dat een bouwvergunning ten onrechte wordt verleend maar doordat er geen of te laat beroep wordt ingesteld, toch in stand blijft. Daardoor kan schade worden veroorzaakt waarvoor het bestuursorgaan aansprakelijk wordt gesteld. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 september 2004, BR 2005/140, blijkt dat van de rechtmatigheid van de bouwvergunning moet worden uitgegaan als die in rechte winkel huren rotterdam onaantastbaar is geworden – en dat dus geen schade behoeft te worden vergoed – tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Van een bijzondere omstandigheid kan sprake zijn als het aan het bestuursorgaan ligt dat iemand geen beroep instelt of een ingesteld beroep intrekt en daardoor schade lijdt. Als het bestuursorgaan bijvoorbeeld ten onrechte een bouwvergunning verleent, daardoor schade veroorzaakt en aansprakelijkheid erkent, kan degene die schade lijdt door de erkenning ertoe winkel huren amsterdam gebracht worden af te zien van beroep of zijn beroep in te trekken. In zo’n geval kan het bestuursorgaan zich niet beroepen op de onherroepelijkheid van het besluit en zal het schadevergoeding moeten betalen.

Aanvraag bouwvergunning

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De aanvrager moet derhalve niet bewijzen maar aannemelijk maken dat het bouwplan voldoet. Dezelfde eis geldt ten aan zien van de bouwverordening: de aanvrager moet aannemelijk maken dat het bouwplan aan de winkel huren hilversum bouwverordening voldoet (art. 44 lid 1 onder b Wonw). Een en ander betekent dat het buiten behandeling van een aanvraag bouwvergunning dicht kan liggen bij het weigeren van de bouwvergunning. Als een gegeven ontbreekt kan een bouwplan niet-beoordeelbaar zijn (en dus buiten behandeling worden gelaten), maar kan ook geconcludeerd worden dat niet aannemelijk is gemaakt dat het aan het Bouwbesluit 2003 of aan de bouwverordening voldoet (waardoor de vergunning geweigerd moet winkel huren dordrecht worden). Immers op de onderdelen waarvoor geen of onvoldoende gegevens zijn overgelegd wordt ook niet aannemelijk gemaakt dat voldaan wordt aan de regelgeving. Aangenomen moet worden dat aanvragen waarvan in ernstige mate niet aannemelijk is gemaakt dat ze aan Bouwbesluit 2003 of bouwverordening voldoen, geweigerd zullen worden, en dat ten aanzien van minder ernstige gevallen tot buiten behandeling laten zal worden besloten.
Het komt regelmatig voor dat een aanvraag bouwvergunning niet geheel aan de vereisten voldoet. Op burgemeester en wethouders rusten dan de plicht aanvrager daarop te wijzen om hem in de gelegenheid te stellen winkel huren rotterdam het bouwplan te wijzigen – tenzij de aanvraag, als hierboven gezegd, geweigerd moet worden. Als het om een ingrijpende wijziging gaat, moet aangenomen worden dat er een nieuwe bouwaanvraag is. Om te bepalen of de wijziging ingrijpend is, moet worden gekeken naar het bouwplan zelf.
• Voorbeeld De Afdeling bestuursrechtspraak formuleerde het in een uitspraak over de gemeente Meijel als volgt: ‘Burgemeester en wethouders behoren te beslissen op een aanvraag om bouwvergunning, zoals deze is ingediend. Daaraan doet niet af dat zij onder omstandigheden bevoegd of zelfs verplicht kunnen zijn de aanvrager in de gelegenheid te stellen die aanvraag te wijzigen of aan te vullen. Daarvoor winkel huren amsterdam kan met name aanleiding bestaan indien er door de wijziging of aanvulling geconstateerde beletselen voor het verlenen van een bouwvergunning kunnen worden weggenomen. Onder omstandigheden kan het zodanig wijzigen of aanpassen van een aanvraag leiden tot een nieuwe bouwaanvraag. Dit zal het geval zijn, indien de wijziging zodanig ingrijpend is, dat niet meer van hetzelfde bouwplan kan worden gesproken.’ (ABRvS 9 juni 1997, AB 1997/ 324)