Tegemoetkoming in schade

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Tegemoetkoming in schade Het is een algemeen rechtsbeginsel dat de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen kantoor huren harderwijk doelen (art. 3:4 lid 2 Awb). In de Wro is dit beginsel uitgewerkt in afdeling 6.1 Tegemoetkoming in schade. Het betreft art. 6.1 t/m 6. 7 Wro. Lid 1 van het kernartikel 6.1 luidt:
‘Burgemeester en wethouders kennen degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een in het tweede lid genoemde kantoor huren barneveld oorzaak, op aanvraag een tegemoetkoming toe, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd.’
In het tweede lid van art. 6.1 Wro staan zeven oorzaken, waarvan de belangrijkste het bestemmingsplan is. Door een bestemmingsplan kan schade (planschade) ontstaan.
• Voorbeeld Een nieuw kantoor huren woerden bestemmingsplan maakt het mogelijk dat direct achter een woning een overdekt zwembad wordt gevestigd. De woning daalt in waarde wegens belemmering van het uitzicht, inbreuk op de privacy vanwege geluidsoverlast door bezoekers van het zwembad en toename van het verkeer ter plaatse.
Niet alleen schade ten gevolge van een bepaling van een bestemmingsplan komt voor vergoeding in aanmerking. Het betreft ook schade ten gevolge van: a een bepaling van een inpassingsplan of een beheersverordening; b een bepaling van een planwijziging, een planuitwerking, een ontheffing of een nadere eis; c een krachtens een beheersverordening verleende ontheffing;
4.6 Financiële bepalingen 175
d een besluit als bedoeld in artikel 3.10 (gemeentelijk projectbesluit), 3.22 (tijdelijke ontheffing), 3.23 (een in het Bro aangegeven ontheffing), 3.27 (provinciaal projectbesluit), 3.29 (rijksprojectbesluit) of 3.40 (besluit dat een beheersverordening buiten toepassing blijft); e de aanhouding van een besluit omtrent het verlenen van een bouw-, sloop- of aanlegvergunning ingevolge art. 50 lid 1 Wonw, of art. 3.18 lid 2 of 4, art. 3.20 lid 5 (aanhouding in verband met een in voorbereiding zijnd bestemmingsplan); f een bepaling van een provinciale verordening als bedoeld in art. 4.1 lid 3 of van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in art. 4.3 lid 3 Wro, maar alleen kantoor huren capelle aan de ijssel als die bepaling een weigeringsgrond voor een aanleg-, sloop- of bouwvergunning bevat; g een koninklijk besluit als bedoeld in art. 10.4 Wro (bij koninklijk besluit kan worden bepaald dat de Wro wet niet van toepassing is op een bepaald werk of werkzaamheid ten behoeve van de landsverdediging).
De tegemoetkoming wordt niet spontaan gegeven, er moet een aanvraag worden ingediend. De aanvraag bevat een motivering en een onderbouwing van de hoogte van de gevraagde tegemoetkoming (art. 6.1 lid 3 Wro).

De bouwvergunning

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Evenals bij de bouwvergunning is er weinig beleidsvrijheid voor het bestuursorgaan bij zijn beslissing op de aanvraag aanlegvergunning: de aanlegvergunning mag alleen en moet worden geweigerd (art. 3.16 Wro) indien a het werk of de werkzaamheid in strijd is met de ruimtelijke plannen: kantoor huren harderwijk bestemmingsplan, inpassingsplan, projectbesluit of met de beheersverordening dan wel met een voorbereidingsbesluit; b voor het werk of de werkzaamheid een monumentenvergunning is vereist en deze niet is verleend (Monumentenwet 1988, een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening); c het werk of de werkzaamheid in strijd is met de provinciale verordening of de AMvB omtrent de door provincie of het Rijk opgelegde inhoud van bestemmingsplan, althans zolang de kantoor huren barneveld bestemmingsplannen niet daaraan zijn aangepast.
Indien de vergunning betrekking heeft op een beschermd stads- of dorpsgezicht of een archeologisch attentiegebied als bedoeld in de Monumentenwet 1988, sturen burgemeester en wethouders direct de RACM (de Rijksdienst voor archeologie, cultuurlandschap en monumenten) en aan Gedeputeerde Staten een kopie van de vergunning. De vergunning treedt pas zeven weken na de verlening in werking (art. 3.16 lid 4 Wro). Gedurende de Awb-bezwarentermijn plus een week mag dus van de vergunning geen gebruik worden gemaakt. Daarna wordt de werking van de vergunning opgeschort zodra de voorzieningenrechter (van de rechtbank) daartoe op kantoor huren woerden verzoek besluit. Bij een verzoek om voorlopige voorziening in de beroepsfase, wordt de werking van het besluit van rechtswege opgeschort (art. 8.4 lid 3 Wro) en wel totdat op het verzoek is beslist.
Burgemeester en wethouders beslissen omtrent een aanvraag voor een aanlegvergunning binnen zes weken na de dag van ontvangst van de aanvraag. In geval van een provinciaal inpassingsplan kan bepaald zijn dat Gedeputeerde Staten beslissen (art. 3.26 lid 4 Wro), bij een rijksinpassingsplan kan bepaald zijn dat de minister van VROM de beslissing neemt (art. 3.28 lid 4 Wro).
Indien er een weigeringgrond is, moeten burgemeester en wethouders dus de aanlegvergunning weigeren. Zij moeten de beslissing aanhouden indien er vóór de dag van ontvangst van de aanvraag een voorbereidingsbesluit in werking is getreden of een bestemmingsplan in ontwerp ter inzage is gelegd of door Provinciale Staten dan wel door een betrokken minister is verklaard dat een verordening kantoor huren capelle aan de ijssel respectievelijk een AMvB wordt voorbereid, de verordening of AMvB waarin regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. Het is immers ongewenst dat werken worden verricht die in strijd zijn met een in aantocht zijnd bestemmingsplan.

Flexibele bestemmingsplannen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Art. 3.6 Wro biedt (evenals in de WRO het geval was) de mogelijkheid om globale of flexibele bestemmingsplannen op te stellen. De gemeenteraad kan bij het plan een aantal bevoegdheden aan burgemeester en wethouders delegeren, onder bepaalde voorwaarden die in het kantoor huren harderwijk plan moeten zijn opgenomen. Aan hen kan worden gedelegeerd: een wijzigingsbevoegdheid (lid 1 onder a); een uitwerkingsplicht (lid 1 onder b), dan wel een combinatie hiervan (lid 2); een ontheffingsbevoegdheid (lid 1 onder c); of een bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen (lid 1 onder d).
Het wijzigen van het bestemmingsplan en het verlenen van een ontheffing berust op het bestemmingsplan zelf: het zijn binnenplanse bevoegdheden van burgemeester en wethouders. Er zijn ook buitenplanse bevoegdheden om het bestemmingsplan te wijzigen of ervan kantoor huren barneveld ontheffing te geven: De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan op grond van de Wro vast (en kan het dus ook altijd wijzigen, bijvoorbeeld om een bouwplan mogelijk te maken). Op grond van art. 3.22 en 3.23 Wro kunnen burgemeester en wethouders ontheffingen verlenen van een bestemmingsplan; het gaat in art. 3.22 om een ontheffing voor een bepaalde termijn en in art. 3.23 om ontheffingen als in het Bro genoemd voor kleinere kantoor huren woerden afwijkingen van het bestemmingsplan.
Wezenlijke veranderingen in een bestemmingsplan kunnen in het belang van de rechtszekerheid slechts worden bereikt door het bestemmingsplan zelf te herzien. Op de buitenplanse bevoegdheden om een ontheffing te geven, wordt ingegaan in subparagraaf 4.2.4.
Rechtszekerheid De vier in art. 3.6 genoemde mogelijkheden om flexibiliteit in het bestemmingsplan in te bouwen, moeten worden afgebakend door regels die bij dat plan zelf worden gegeven. Bij de wijzigingsbevoegdheid moeten hierbij bovendien nog de grenzen worden bepaald, waarbinnen de bevoegdheid kan worden uitgeoefend. Wijzigen is immers een verdergaande bevoegdheid dan uitwerken. De regels en grenzen moeten herkenbaar en toetsbaar zijn; zij moeten dus objectieve, kwalitatieve en kwantitatieve criteria bevatten, zodat kantoor huren capelle aan de ijssel gemeente en burgers de reikwijdte van die bevoegdheid, en van de mogelijke gevolgen van toepassing ervan, kunnen overzien. Over de uitwerkingsplicht zelf moet duidelijkheid bestaan; die mag niet afhankelijk worden gesteld van een onzekere gebeurtenis zoals het al of niet veranderen van het bestaande gebruik van gronden en opstallen, en de wijze van toepassing van de uitwerkingsregels.

Een begunstigende beschikking

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Intrekking van een begunstigende beschikking Bij overtreding van vergunningvoorschriften (bijvoorbeeld bij subsidiebeschikkingen) bestaat de mogelijkheid om deze beschikkingen in te trekken. Bij gebonden beschikkingen kantoor huren harderwijk is intrekking alleen mogelijk indien het wettelijke voorschrift waarop de beschikking steunt, dit mogelijk maakt. Zo kunnen burgemeester en wethouders een eenmaal verleende bouwvergunning (een gebonden beschikking) alleen intrekken op gronden die in art. 59 Wonw zijn genoemd. Bij vrije beschikkingen is bij wijze van sanctie ook intrekking mogelijk zonder dat daarvoor een wettelijke basis aanwezig is. Het besluit tot intrekking van een beschikking is zelf ook een beschikking. Dit kantoor huren barneveld betekent dat de rechtsbeschermingsmogelijkheden van de Awb ter beschikking staan en dat de rechter dit besluit toetst aan de beginselen van behoorlijk bestuur.
Hoofdstuk 10 Awb bevat bepalingen over bestuursorganen. Hier behandelen we de rechtsfiguren attributie, mandaat en delegatie (titel 10.1) en het toezicht op bestuursorganen (titel 10.2).
3.5.1 Attributie, delegatie en mandaat Overheidsorganen ontlenen de bevoegdheid om te besturen niet aan zichzelf. De bevoegdheid moet ergens anders vandaan komen. In een rechtsstaat als Nederland wordt de bevoegdheid om te besturen altijd ontleend aan een wet. Toekenning van bevoegdheden kan gebeuren op basis van attributie en delegatie. Daarnaast worden veel bevoegdheden uitgeoefend kantoor huren woerden krachtens mandaat, een soort vertegenwoordigingsconstructie.
Attributie Wanneer aan een bestuursorgaan een nieuwe bevoegdheid wordt toegekend, spreekt men van attributie. Een nieuwe bevoegdheid wordt dus geattribueerd.
• Voorbeeld Art. 97 Gw: de regering heeft oppergezag over de krijgsmacht. Art. 1 71 Gemw: de burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte.
Delegatie In de praktijk gebeurt het zeer vaak dat bestuursorganen hun geattribueerde bevoegdheden door anderen laten uitoefenen. Door de enorme hoeveelheid beslissingen die dagelijks genomen moet worden, valt hieraan niet te ontkomen. Het is ondenkbaar dat de staatssecretaris van Volkshuisvesting hoogstpersoonlijk alle beslissingen inzake toekenning van huursubsidie neemt. Wanneer een bevoegd .heid kantoor huren capelle aan de ijssel eenmaal is geattribueerd, kan deze in bepaalde omstandigheden weer aan een ander orgaan worden overgedragen door middel van delegatie. Dit is een van de mogelijkheden om een toegekende bevoegdheid door een ander te laten uitoefenen. Art. 10:13 Awb omschrijft delegatie als:
‘het overdragen door een bestuursorgaan van zijn bevoegdheid tot het nemen van besluiten aan een ander die deze onder eigen verantwoordelijkheid uitoefent.’

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Als hoofdregel bepaalt art. 8:1 Awb dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de rechtbank. Daaraan voorgaand dient hij volgens art. 7:1 Awb een bezwaarschrift in te dienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Art. 37 Wet op de Raad van flexplek huren hilversum State bepaalt ten slotte dat tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit is de normale gang van zaken bij een bezwaar- en beroepsprocedure ingevolge de Awb. Hieraan moet worden toegevoegd dat deze procedure slechts geldt wanneer in een bijzondere wet geen afwijkende regeling is getroffen voor administratief beroep of administratieve rechtspraak. Art. 8:6 Awb omschrijft dit als volgt:
‘l Geen beroep flexplek huren dordrecht kan worden ingesteld tegen een besluit waartegen beroep bij een andere administratieve rechter kan of kon worden ingesteld. 2 Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit waartegen administratief beroep kan worden ingesteld of door de belanghebbende kon worden ingesteld.’
Het eerste lid heeft tot gevolg dat een gespecialiseerde administratieve rechter die is aangewezen in een bijzondere wet, voorrang heeft boven de rechter ingevolge de Awb, en dat de Awb-procedure niet meer ter beschikking staat indien de beroepstermijn ongebruikt is flexplek huren rotterdam verstreken. Het tweede lid heeft tot gevolg dat administratief beroep voorrang heeft boven de rechter ingevolge de Awb, en dat de Awb-procedure niet meer ter beschikking staat indien de beroepstermijn ongebruikt is verstreken.
De normale Awb-procedure tegen een besluit ziet er samengevat als volgt uit: 1 bezwaarschrift bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen; 2 beroep bij de rechtbank nadat de beslissing op het bezwaarschrift bekend is gemaakt; 3 hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State na bekendmaking van de uitspraak van de rechtbank.
Van beroep uitgezonderde besluiten In art. 8:2 Awb is een aparte regeling opgenomen voor bezwaar en beroep met betrekking tot besluiten die algemeen verbindende regels en beleidsregels inhouden. Op grond van dit artikel is geen beroep en geen bezwaar tegen dergelijke besluiten mogelijk. Hoewel een rechtstreeks beroep tegen algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels is uitgesloten, kunnen  wel besluiten die hierop zijn gebaseerd rechtstreeks aan de flexplek huren amsterdam rechter ter toetsing worden voorgelegd. Indien de rechter in het concreet aan hem voorgelegde geval tot de conclusie komt dat de achterliggende beleidsregel of het achterliggende voorschrift de toets der kritiek niet kan doorstaan, kan hij het voorschrift of de beleidsregel onverbindend verklaren.

Burgemeester en wethouders

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Burgemeester en wethouders besluiten een weg af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer, door het nemen van een verkeersmaatregel. Als gevolg van dit besluit moet een inwoner van de gemeente omrijden en dus extra kosten maken. Deze kosten wil hij van de gemeente vergoed flexplek huren hilversum hebben en hij dient een schadeclaim in. Het verkeersbesluit is een besluit ex art. 1 :3 Awb. Hiertegen kan bezwaar worden ingediend. De schade is veroorzaakt door het verkeersbesluit, dus binnen het kader van de uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid. De beslissing van de gemeente om de schadeclaim af te wijzen is ook een besluit ex art. 1 :3 Awb. Hiertegen flexplek huren dordrecht kan dus eveneens een bezwaarschrift worden ingediend.
Art. 1:6 Awb sluit een aantal besluiten en handelingen uit van de werking van de Awb: de opsporing en vervolging van strafbare feiten, de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen en vrijheidsbenemende maatregelen op grond van de Vreemdelingenwet, en besluiten en handelingen ter uitvoering van de Wet militair tuchtrecht, en besluiten en handelingen ter uitvoering van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding.
3.1.5 Hoofdstuk 2: verkeer flexplek huren rotterdam tussen burgers en bestuursorganen In hoofdstuk 2 is een aantal bepalingen opgenomen over de relatie tussen burgers en bestuursorganen. Deze bepalingen zijn niet alleen van toepassing op besluiten van bestuursorganen in de context van art. 1:3 Awb. Ze zijn zo algemeen geformuleerd dat ze toepasbaar zijn op andere overheidshandelingen dan besluiten, zoals privaatrechtelijke rechtshandelingen, mondelinge besluiten en feitelijke handelingen. Het zijn de bepalingen die gaan over de vertegenwoordiging, de doorzendplicht, het principe van taakvervulling zonder vooringenomenheid, de flexplek huren amsterdam geheimhoudingsplicht, de te hanteren taal en het elektronisch verkeer.
Vertegenwoordiging Zo bepaalt art. 2:1 Awb dat eenieder zich ter behartiging van zijn belangen in het verkeer met bestuursorganen kan laten bijstaan of door een gemachtigde kan laten vertegenwoordigen. Van een gemachtigde mag het bestuursorgaan een schriftelijke machtiging verlangen. Wanneer iemand wordt vertegenwoordigd door iemand tegen wie ernstige bezwaren bestaan mag het bestuursorgaan dit weigeren, behalve wanneer het advocaten en procureurs betreft.

De voorzitters

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De voorzitters van de waterschappen worden door de Kroon benoemd voor een periode van zes jaar. Vanwege de onafhankelijke positie maakt de flexplek huren hilversum voorzitter geen deel uit van het algemeen bestuur. Het ambt van voorzitter is onverenigbaar met dat van burgemeester of met de functie van wethouder van een in het waterschap liggende gemeente. Het Algemeen bestuur van het waterschap wordt gevormd door vertegenwoordigers van categorieën van belanghebbenden bij de uitoefening van de taken van het waterschap (art. 11 en volgende Wschw). Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en een door het algemeen bestuur te bepalen aantal flexplek huren dordrecht andere leden (art. 40 en volgende Wschw).
De Waterschapswet geeft, als opvolger van de Keurenwet, het bestuur de bevoegdheid regels, zoals keuren en andere verordeningen, vast te stellen. Zij kunnen de regelingen vaststellen die nodig zijn ter behartiging van de taken die aan het waterschap zijn opgedragen. De taken hebben betrekking op de waterstaatkundige verzorging van een bepaald gebied. Die zorg is typisch voor Nederland en noodzaakte van oudsher de bewoners tot samenwerking om flexplek huren rotterdam gezamenlijk overstromingen te voorkomen.
Evenals de provincies en de gemeenten hebben waterschappen bestuursdwang- en dwangsombevoegdheden ter handhaving van regels die het waterschapsbestuur uit hoofde van zijn eigen of medebewindstaken moet uitvoeren.
Het waterschap kan een waterschapsbelasting invoeren (art. 110 Wschw). Daarnaast kunnen worden geheven: precariorechten voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven grond of water van het waterschap voor flexplek huren amsterdam de openbare dienst bestemd (art. 114 Wschw); rechten voor het gebruik van bezittingen van het waterschap (art. 115 Wschw); rechten voor verstrekte diensten door het waterschap (art. 115 Wschw); omslagen van de eerder vermelde categorieën belanghebbenden (art. 116 Wschw).

Een AMvB

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Een AMvB is een bijzondere vorm van een Koninklijk Besluit: het is een Koninklijk Besluit dat algemeen verbindende regels inhoudt. De totstandkomingsprocedure is als volgt: het ontwerp van een AMvB wordt behandeld flexplek huren hilversum in de ministerraad. Vervolgens wordt een advies gevraagd van de Raad van State. Daarna wordt de AMvB bij Koninklijk Besluit vastgesteld en volgt afkondiging in het Staatsblad. Dit proces is vele malen korter dan bij een formele wet.
Omdat op overtreding van een AMvB meestal een strafsanctie staat, is het nodig dat de AMvB op een formele wet is gebaseerd. Art. 89 lid 2 Gw schrijft dit voor. Om de maatschappelijke ontwikkelingen bij te kunnen houden, houdt de formele wetgever zich nog slechts bezig met de hoofdzaken en laat hij de verdere invulling over aan AMvB’s. Hiervan is een groot aantal voorbeelden te noemen. Wij noemen er enkele, die raakvlakken hebben met de vastgoedsector.
• Voorbeeld Art. 2 Wonw bepaalt: bij of krachtens algemene maatregel van flexplek huren dordrecht bestuur worden uit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu technische voorschriften gegeven omtrent het bouwen van woningen, woonketen, woonwagens en andere gebouwen. Deze AMvB staat bekend als het Bouwbesluit. Art. 36 Wet op de Ruimtelijke Ordening bepaalt: bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften omtrent de voorbereiding, de vormgeving en de inrichting van structuurplannen en bestemmingsplannen gegeven. Deze AMvB is het Besluit op de ruimtelijke ordening.
2.3 Functies van de overheid 45
Telkens gaat het bij AMvB’s om nadere voorschriften, die aan de wet verdere inhoud moeten geven.
Koninklijke flexplek huren rotterdam Besluiten Naast AMvB’s, die bij Koninklijk Besluit worden vastgesteld, bestaan er ook Koninklijke besluiten die geen AMvB’s zijn. Dit zijn de zogenoemde ‘kleine’ KB’s, beslissingen van de Kroon als uitvoerend orgaan, die geen algemene regeling inhouden. Hier gaat geen formele procedure aan vooraf. Het benoemingsbesluit van een burgemeester is een voorbeeld van een KB.
Ministeriële verordeningen Ministeriële verordeningen zijn algemeen verbindende voorschriften, afkomstig van een minister. De minister is bevoegd om deze verordeningen uit te vaardigen, meestal op grond van een AMvB. Soms ontleent hij deze bevoegdheid rechtstreeks aan een formele wet. Een ministeriële verordening geeft flexplek huren amsterdam nadere uitwerking aan een AMvB. Ter verduidelijking kan aangehaakt worden bij het voorbeeld van het Bouwbesluit. In dit besluit vermeldt art. 1.10: ‘Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent hetgeen met het oog op de implementatie van de richtlijn bouwproducten regeling behoeft.’ Ministeriële verordeningen worden bekendgemaakt in de Staatscourant en niet in het Staatsblad.

Privaatrechtelijke sanctie

Privaatrechtelijke sanctie: de veroordeling van een garagebedrijf tot het betalen van schadevergoeding omdat het verzuimd heeft de remmen van een auto goed te repareren, waardoor een verkeersongeluk is ontstaan. Bestuursrechtelijke sanctie: het door de gemeente afbreken van een zonder bouwvergunning gebouwde schuur. Strafrechtelijke flexplek huren hilversum sanctie: de gevangenisstraf die wordt opgelegd in geval van een bankoverval.
Het strafrecht is dat deel van het publiekrecht dat zich bezighoudt met strafsancties. Die zijn gericht tegen de persoonlijke vrijheid van een persoon of tegen zijn vermogen. De strafrechtelijke sancties verschillen van de privaatrechtelijke en de bestuursrechtelijke sancties, die er slechts op gericht zijn het verstoorde evenwicht te herstellen: de flexplek huren dordrecht schadevergoeding is de compensatie van de geleden schade; burgemeester en wethouders mogen alleen het illegaal gebouwde gebouw laten afbreken en ook niet méér dan dat. De strafrechtelijke sancties hebben een uitgebreidere werking. Bij een bankoverval is de kwestie niet opgelost als het gestolen goed wordt teruggegeven. Er volgt nog een strafrechtelijke sanctie. Het strafrecht herstelt niet het leed dat door de bankoverval teweeg is gebracht. Feitelijk zorgt het strafrecht voor een vermeerdering van het leed. De bankovervaller wordt namelijk opgesloten, een maatregel die gewenst wordt. Het is echter de flexplek huren rotterdam behandeling van een mens die juist in het algemeen voorkomen wordt. Het strafrecht bevat aldus het element van de vergelding, wat een belangrijk verschil is met de sancties op grond van het privaatrecht en het bestuursrecht. Dit komt nog sterker tot uitdrukking bij overtreding van die strafrechtelijke normen waarbij niet direct een slachtoffer is aan te wijzen. Bij een verkeersovertreding, zoals rijden onder invloed, zijn meerdere sancties denkbaar. Afhankelijk van de ernst van de overtreding kunnen deze variëren van een tijdelijk rijverbod tot een verplichte bloedproef, gevolgd door hechtenis en/of geldboete.
Het speciale karakter flexplek huren amsterdam van het strafrecht maakt het nodig om precies de bevoegdheden te regelen van de ambtenaren (meestal van de politie) die namens de staat voor de opsporing en vervolging van daders van strafbare feiten zorgen. Zo moet de burger die geen strafbaar feit heeft begaan, beschermd worden tegen de staat, die hem ten onrechte daarvan verdenkt. Die bescherming is te vinden in het strafprocesrecht.

Inhoudelijke organisatie

Het verschil tussen de reacties op de twee problemen is intrigerend. Waarom zijn zo veel mensen niet bereid om 10 dollar uit te geven als ze een kaartje verloren hebben, als ze zonder moeite ditzelfde bedrag zouden betalen flexplek huren hilversum wanneer ze een gelijke hoeveelheid contant geld verloren hadden? We schrijven dit verschil toe aan de inhoudelijke organisatie van mentale rekeningen. Theaterbezoek wordt normaliter beschouwd als een transactie waarin de kosten voor het kaartje worden ingewisseld tegen het bijwonen van de voorstelling. Het kopen van een tweede kaartje verhoogt de kosten van de voorstelling tot een niveau dat veel respondenten kennelijk flexplek huren dordrecht onaanvaardbaar vinden. Daarentegen wordt het verlies van contant geld niet op de rekening van het toneelstuk geboekt en heeft het als enig effect op de aankoop van een kaartje dat de betreffende persoon zich iets armer voelt. Een interessant effect is waargenomen toen de twee versies van het probleem aan dezelfde proefpersonen werden voorgelegd. De bereidheid om een verloren kaartje te vervangen nam significant toe wanneer dit probleem op de versie met het verloren geld volgde. Daarentegen werd de bereidheid om een kaartje te kopen nadat het geld verloren was gegaan, niet beïnvloed door de eerdere flexplek huren rotterdam presentatie van het andere probleem. Kennelijk stelde het koppelen van de twee problemen de proefpersonen in staat om te beseffen dat het zinvol is het verloren kaartje als verloren geld te beschouwen, maar niet andersom. De normatieve status van de effecten van mentale rekeningen is twijfelachtig. In afwijking van eerdere voorbeelden, zoals het volksgezondheidsprobleem waarbij de twee versies alleen van vorm verschilden, kan betoogd worden dat de alternatieve versies van de problemen met de rekenmachine en het kaartje ook inhoudelijk verschillen. In het bijzonder kan het aangenamer zijn om 5 dollar te besparen op een aankoop van 15 dollar dan op een grotere aankoop, en kan het vervelender zijn om twee keer voor hetzelfde kaartje te betalen dan om ro dollar in contant geld te verliezen. De inkadering van een probleem kan ook een uitwerking hebben op spijt, frustratie flexplek huren amsterdam en tevredenheid over jezelf (Kahneman en Tversky, 1982). Wanneer zulke secundaire consequenties als legitiem worden beschouwd, houden de waargenomen voorkeuren geen schending in van het invariantiecriterium en kunnen ze niet zonder meer worden weggezet als inconsistent of foutief. Aan de andere kant kunnen secundaire consequenties bij nadere reflectie veranderen. De voldoening over het besparen van 5 dollar op een artikel van 15 dollar kan bedorven worden als de consument ontdekt dat zij zichzelf niet dezelfde inspanning getroost zou hebben om ro dollar te besparen op een aankoop van 200 dollar. We willen niet aanbevelen dat elke twee beslissingsproblemen met dezelfde primaire consequenties op dezelfde manier opgelost moeten worden. We stellen echter wel voor dat stelselmatig onderzoek naar alternatieve kaders een nuttig hulpmiddel voor reflectie biedt dat beslissers kan helpen om de waarde vast te stellen die aan de primaire en secundaire gevolgen van hun keuzen verbonden moeten worden.