Nederlandse staat

Gerelateerde afbeelding

Nederlandse staat Van een Nederlandse eenheidsstaat is pas sinds het einde van de 18de eeuw sprake. Voordien bestond de Republiek der Verenigde Nederlanden uit een aantal zeer zelfstandige gewesten, die slechts op bepaalde gebieden samenwerkten (confederale staat, statenbond). De belangrijkste geschreven wet voor het Nederlandse staatsrecht is de Grondwet. De eerste Grondwet dateert van 1814; deze werd al in 1815 door een nieuwe vervangen in verband met de samenvoeging met Belgiƫ. De laatste Grondwetswijziging dateert van 3 juni 1987. In de Grondwet staan onder meer bepalingen over de staatsvorm, de samenstelling en werkwijze van de verschillende staatsorganen en de grondrechten van de burgers ten opzichte van de staat. Op al deze zaken wordt in de volgende paragrafen dieper ingegaan.
De regeringsvorm van Nederland kan worden gekenschetst als een constitutionele monarchie met een parlementair stelsel: een monarchie gebaseerd op de Grondwet. In het Nederlandse staatsrecht is in grote lijnen een driedeling van de staatsmacht doorgevoerd. De wetgevende, de uitvoerende en rechtsprekende bevoegdheden zijn over verschillende organen verdeeld.
De organen die het gezag vergaderruimte almere uitoefenen in Nederland zijn: de Koning; de ministers; de staatssecretarissen; de Raad van State; de Staten-Generaal; de Algemene Rekenkamer; de rechterlijke macht.
2.2.1 Koning Nederland is een monarchie. Dit wil zeggen dat aan het hoofd van de Nederlandse staatsbestel een Koning staat. Het koningschap is erfelijk bepaald. Art. 24 Gw zegt hierover dat het koningschap erfelijk wordt vervuld door de wettige opvolgers van Koning Willem 1. De functie van de Koning in onze democratie is vooral van symbolische aard. Dat was bepaald nog niet het geval bij het tot stand komen van de Grondwet. Waar oorspronkelijk in de Grondwet over de Koning werd gesproken, werd de Koning in persoon bedoeld: degene die de volledige zeggenschap toekwam over staatsaangelegenheden. Er waren weliswaar ministers, maar de Koning kon deze benoemen en ontslaan naar eigen goeddunken. In deze vrij absolute macht van de Koning is verandering gekomen, in de eerste plaats toen in 1840 in de Grondwet een strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor de ministers werd ingevoerd. Na een aantal conflicten tussen Koning en ministers volgde in 1848 opname in de Grondwet van een politieke verantwoordelijkheid voor de ministers. Art. 53 van de Grondwet bepaalde in 1848: ‘De Koning is onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *